Simons, hij die niet genoemd mag worden

Zoals Harry Potter vecht tegen Lord Voldermort, hakt Fleur Agema (PVV) vanmiddag Hans Simons in mootjes. ‘Je weet wel wie’. Die man met zes petten op. ‘Hij die niet genoemd mag worden’ – voormalig directeur van de Stichting Oosterscheldeziekenhuizen – is ‘verzamelaar dubbele petten en spectaculair mislukt als staatssecretaris’. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet grijpt hard in: “Als u de namen niet uit uw tekst schrapt, doe ik het.”

Fleur Agema

Fleur Agema

Wat mag je wel en niet zeggen in de Tweede Kamer? Fleur Agema (PVV) is geen vriendin van Hans Simons, Wie haar volgt in de Kamerdebatten over de Zeeuwse ziekenhuizen weet dat. Ze ziet niets in een fusie van de ziekenhuizen Goes en Vlissingen, vindt dat er op Walcheren een volwaardig ziekenhuis moet blijven en ergert zich dood aan het aantal bijbanen van bestuurders in de zorg. 

Mag je iemand die niet bij een debat zit publiekelijk aan de schandpaal nagelen? Agema vindt van wel. Kamervoorzitter Verbeet van niet. De twee botsten vanmiddag frontaal. Agema stelt in haar betoog vast dat ‘er grote organisatorische en bestuurlijke chaos is bij zorginstellingen Meavita, Philadelphia, de IJsselmeerziekenhuizen en de Oosterscheldeziekenhuizen’.

A: “….constaterende dat de bestuurders Borghouts (GroenLinks), Eelco Brinkman (CDA), Loek Hermans (VVD) en …..” 
V: “Mevrouw Agema, mevrouw Agema. Dit sta ik niet toe.” 
A: “Voorzitter , ik lees hier feiten voor, keiharde feiten…En Hans Simons (PvdA) er respectievelijk 13, 30, 30 en 6 bijbanen op nahouden.”
V: “Mevrouw Agema, nee, nogmaals dit kan niet. De ongeschreven regel is dat we niet de namen noemen van mensen die niet aanwezig zijn en zich dus ook niet kunnen verdedigen.
A: “Ja, maar dit is de waarheid.” 
V: “Nee, mevrouw Agema. U moet de namen uit de motie schrappen. Doet u het niet, dan doe ik het….”
A: “Dit kan niet, voorzitter. Ik maak er bezwaar tegen. Zeker omdat het een partijgenoot van u is.”
V: “Dat doet er helemaal niet toe.”Agema vervolgt: “Ik verzoek de regering het aantal bijbanen voor bestuurders in de zorgsector te maximeren op ten hoogste drie.”
 

Verbeet zit zich overduidelijk achter haar tafel op te vreten en Agema beent boos naar haar zetel terug. Andere Kamerleden volgen het schouwspel met stijgende verbazing. Bas van der Vlies (SGP), nestor van de Kamer schiet het verkeerd: “Het is een kwestie van fatsoen. Je noemt niet de namen van de mensen die niet aanwezig zijn en zich niet kunnen verdedigen. Ik steun de voorzitter.” Ook Eelke van der Veen (PvdA) spreekt zijn steun uit. Verbeet kookt. Een ongeschreven regel is kennelijk niets meer waard moet ze denken. “Ik kom binnenkort met een voorstel om namen van mensen die niet aanwezig zijn niet meer te noemen.”

En Agema? Zij krijgt geen enkele steun voor haar oproep. Vreemd genoeg steunt Agema even later niet de motie van de SP (blokkeren fusie). Ben je nu tegen die fusie of niet? Ook steunt ze niet de opdracht van een grote meerderheid aan minister Klink om de bereikbaarheid van de ziekenzorg in Zeeland te waarborgen. Gaat het Agema nu om de inhoud of niet?

Ik kijk er met verbazing naar. En ik vraag me af, kun je die namen wel of niet noemen? Ik vind van niet. Het is een kwestie van fatsoen. Natuurlijk, ieder heeft recht op zijn eigen mening. Daar kun je het mee eens zijn of niet. Alleen als je argumenten gebruikt kun je anderen proberen te overtuigen en dingen voor elkaar krijgen. Maar met weglopen (debat over crisismaatregelen) of mensen grof beschadigen bereik je niet dat er iets wordt gedaan aan die mensen met vele dubbele petten… en dat zou nu juist wel moeten gebeuren.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Algemeen, Analyse

Een Reactie op “Simons, hij die niet genoemd mag worden

  1. Beste Jeffrey,

    Het is leuk om hier een direct verslag te lezen over het debat tussen de Kamervoorzitter en de geachte afgevaardigde van de PVV. Inzet van de controverse was de vraag of je nu wel namen mag noemen over mensen die al die bijbanen, netwerken en invloeden combineren, of niet.
    Wat volgens mij de crux is, is dat de journalistiek hier een enorme opdracht heeft. Het is een opdracht voor de journalisten om uit te zoeken wie welk geld waarvoor regelt, en hoe de lijntjes tussen mensen en organisaties lopen. Het publiek zou dat moeten weten, althans naar mijn overtuiging. Ik ben in die zin gevormd door mijn scholing bij de Morgen (“Trap de mensen een geweten”, was onze reclame) in Vlaanderen. Daar zou het ons niet ontsnappen hoe een Provinciegouverneur, bij ons een Commissaris van de Koningin, geld regelt voor clubs waarvoor haar of zijn echtgenoot voorzitter is. Daar zouden we de banden tussen bestuurders en politici ook hebben bloot gelegd. In de Kamer zou dan op hoofdlijnen gedebatteerd kunnen worden. Misschien ligt daar een opdracht voor ons, de publieke opinie?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s